Joke Heikens tekst freelance journalist

De drie p's | 27.06.2011

Afbeelding bij De drie p'sHet uitgangspunt voor mijn werk zijn voor mij de drie p’s: Plezier, Poen en Prestige. Als een klus aan tenminste één van de drie p’s voldoet, wil ik hem weleens aannemen. Aan hoe meer P’s de opdracht voldoet, hoe groter de kans is dat ik hem aanneem.

Dat hoort bij een andere p; die van professionaliteit. Wie zelf niet professioneel is, kan dat ook niet van anderen verwachten. Wat wel kan is een ander helpen om professionaliteit op te bouwen. Ik dacht dat de drie p’s algemeen bekend waren, maar ik ontdekte laatst van niet. Daarom zet ik hier mijn beleid eens uiteen.

Plezier spreekt bijna voor zich, ik moet het een leuke klus vinden en het moet een uitdaging zijn. Het liefst leer ik er ook iets van, ontdek ik nieuwe dingen en word ik er wijzer van. Het plezier kan ook zitten in iets wat je voor die opdracht moet doen, bijvoorbeeld naar een congres voor goochelaars. Ik heb dat ooit eens gedaan en het is typisch iets waar je normaal gesproken nooit komt. Niet dat ik iets met goochelaars heb, maar toch.

Poen is geld. Als een opdracht genoeg poen oplevert, doe ik het. Ook al is het een stomvervelende opdracht, saai en langdurig. Als er voldoende inkomen tegenover staat, doe ik het. Werken betekent ook voor je inkomen zorgen, soms doe ik daarom iets wat ik minder leuk vind, maar wat wel veel oplevert. Er moet wel brood op de plank komen.

Prestige kan het blad zijn waar mijn artikel in komt te staan, of de naam van de klant. Het geeft zoveel voldoening om mijn naam in een landelijk blad te zien staan, dat ik soms voor iets minder geld werk dan normaal. Overigens werk ik bijna nooit voor niets. Het is goed voor mij om ook eens in ‘grote’ bladen te staan of in kranten.

Inderdaad, ik werk zelden voor niets. Ik vind het onprofessioneel om niets te vragen voor je diensten. Stel je voor dat ik bij een bakker kom en vraag of ik een brood gratis mee kan nemen, dat doe je toch ook niet? Laatst kreeg ik een vraag voor een persbericht en daarbij werd ervan uitgegaan dat ik wel aanvoelde dat ze niets konden betalen. Nou nee, dat voel ik niet aan en dat is niet mijn gewoonte. Als je daar eenmaal aan begint, wordt het steeds moeilijker om wel geld te vragen.

Ik schrijf ook voor christelijke bladen en die hebben helemaal een ‘niet-betalen-beleid’. Et alsof je als gelovige wel van de wind kunt leven… Nee, dat is niet mijn beleid, dus werk ik alleen voor bladen die wel betalen. En wat de bedrijfs- en vakbladen betreft, ook die betalen niet altijd zoveel.

Journalisten/tekstschrijvers die nu nog vaak weinig of helemaal niets voor hun werk krijgen/vragen adviseer ik om daar radicaal mee te stoppen. De mensen die willen dat jij gratis werkt, werken zij ook voor niets? Vraag jezelf dat eens af. Ook al moet je nog ervaring opdoen enzo, ga dan liever bij een huis-aan-huisblad werken, waar je tenminste nog iets verdient en ervaring op doet.