Ik kreeg mijn artikel terug

Gepubliceerd op 4 augustus 2026 om 10:23

Als geïnterviewden erom vragen, stuur ik ze de tekst voor publicatie toe. Dat doe ik niet altijd en dat hoeft ook niet. Wie een interview geeft, geeft daarmee automatisch toestemming om het te publiceren.

Soms ligt dat anders. Bij een ingewikkeld onderwerp bijvoorbeeld, zoals nu bij een artikel over spatial biology. Dan wil ik weten of ik het goed heb begrepen. En bij een persoonlijk verhaal, zoals dat van Yoran die verdween en van wie alleen een voet is teruggevonden. Zoiets is kwetsbaar. Dan moet degene over wie het gaat zich er goed bij voelen.
Maar ik heb ook artikelen teruggekregen die helemaal herschreven waren. Vol lijdende vorm, met kromme zinnen en details die er niet toe deden. En weg waren juist de zinnen en woorden die voor dat blad of die website van belang waren, die lezers juist erin trekken.

Toen ik net begon als journalist, voelde dat bijna als een persoonlijke aanval. Inmiddels weet ik beter. Ik begrijp waar het vandaan komt. Jezelf teruglezen is ongemakkelijk en dan ga je poetsen.

Wel ben ik strikter geworden. Ik ben de schrijver en ik bepaal wat er in de tekst staat. Als iemand mijn stuk compleet vernachelt, stuur ik mijn oorspronkelijke tekst nog een keer op. Met de mededeling dat ze alleen de dingen mogen aanpassen waar ze echt niet mee kunnen leven.
En het gekke is: juist deze mensen zijn achteraf het blijst met het resultaat.

Het kost me een mail waar ik even voor moet gaan zitten. Dat is minder werk dan over elke zin heen en weer schrijven, en het levert een artikel op dat doet waarvoor het bedoeld was.