In bijna elk bedrijf werkt iemand van wie gezegd wordt dat hij wel leuk kan schrijven. Meestal komt dat doordat hij aardige mailtjes en brieven stuurt. De nieuwsbrief, het jaarverslag, dat stuk voor de website: het komt bij diegene terecht. Vaak zonder dat er tijd voor wordt vrijgemaakt.
Een brief schrijven is iets anders dan een artikel schrijven. Het zijn twee ambachten. In een brief weet je precies wie er leest en wat die al weet. Een artikel moet iemand vasthouden die er nog helemaal niets van vindt.
Het is ook niet zijn werk. Het komt erbij, naast alles wat al af moet. Dus schuift het op. Sommige teksten hebben maanden liggen wachten omdat er steeds iets meer urgent was.
Wie er werkt, zit bovendien te dicht op het vuur. Hij weet zoveel dat hij niet meer ziet wat een buitenstaander nodig heeft om het te snappen. De uitleg die er wel toe doet blijft weg, en de details die alleen intern iets betekenen komen er allemaal in. Het jargon van de organisatie sluipt er ongemerkt in, want om hem heen praat iedereen zo. Objectief kan hij ook niet zijn. Hij schrijft mee met wat er gehoopt wordt, want de vervelende vraag stellen is lastig als je die aan je eigen directeur moet stellen.
Dan is er de correctie. Wie zegt tegen een collega dat zijn stuk niet werkt? Een tekst van een buitenstaander gaat vol rode strepen terug. Bij een collega blijft het bij een vriendelijk knikje, en verschijnt het stuk zoals het is.
Wat er dan gebeurt, ken ik goed. De tekst gaat rond en iedereen doet er een plasje over. De een mist zijn afdeling, de ander wil een jaartal erbij, een derde vindt het te scherp geformuleerd. Niemand haalt er iets uit. Zo groeit een stuk tot het dubbele en verdwijnt het verhaal onder de aanvullingen.
En dan verschijnt het. Drie alinea's over de aanleiding, een dankwoord aan de directeur, en pas onderaan het nieuws waar het om ging. Niemand leest zo ver.
Iemand van buiten inhuren kost geld, dat is waar. Het kost ook een goed gesprek vooraf, want ik moet weten waar het naartoe moet. Maar ik zit niet in de organisatie, ik weet niets, en dat is precies mijn voordeel. Ik stel de vragen die een collega niet kan stellen. En bij mij hoeft niemand aardig te zijn.