Steeds meer werkenden combineren hun baan met zorg voor een naaste, vaak zonder dat ze zichzelf mantelzorger noemen. Terwijl dat precies is waar het begint, zegt Janita Neuteboom, beleidsadviseur bij MantelzorgNL: ‘Het begint vaak met dat je een keer boodschappen meeneemt en de was doet, maar voordat je het weet ben jij contactpersoon van de huisarts, van het ziekenhuis, van iedereen.’
Mantelzorg ontstaat zelden met een duidelijk beginpunt. Het groeit ongemerkt. Wat begint als helpen, wordt organiseren. Wat tijdelijk voelt, wordt structureel. Onder werkenden gaf in 2022 ongeveer 15 procent mantelzorg, blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat is minder dan vóór corona, toen dit nog 18 procent was. Tegelijkertijd blijft de verwachting dat de druk op mantelzorg de komende jaren juist zal toenemen, onder meer door vergrijzing en personeelstekorten in de zorg.
Scheefgroei in mantelzorg
Die cijfers vertellen maar een deel van het verhaal. Want achter die 15 procent schuilt een duidelijke scheefgroei. Vooral vrouwen combineren werk en zorg: 21 procent van de werkende vrouwen verleent mantelzorg, tegenover 10 procent van de mannen blijkt uit datzelfde onderzoek. Gemiddeld besteden werkende mantelzorgers daar zo’n 4,5 uur per week aan. Het zijn uren die vaak tussen werk, gezin en andere verplichtingen door worden ingevuld. Lees verder