Maandag begon met een interview dat niet doorging.
Dinsdag stond er een bijeenkomst gepland waar ik van alles voor geregeld had om die door te laten gaan. ’s Ochtends kwam het bericht dat die werd omgezet naar een online variant.
Woensdag zat ik klaar voor een interview in Teams. De geïnterviewde verscheen niet. Toen ik belde, bleek diegene met heel andere dingen bezig. We maakten een nieuwe afspraak.
Ondertussen wachtte ik op reacties op interviewverzoeken die uitbleven. En kreeg ik bericht van een opdrachtgever dat een artikel later geplaatst werd dan afgesproken.
Op papier lijkt dit een week waarin weinig lukt en waarin ik zin krijg om in bed te gaan liggen, wachten tot de week voorbij is. Maar ik gebruik deze tijd door nieuwe afspraken te maken. Agenda aanpassen. Mailtjes sturen. Research doen voor interviews die nog moeten komen. Stukken nalezen die al geschreven zijn. Dingen klaarzetten voor het moment dat iemand wél reageert.
Dit is hoe mijn werk er soms uitziet. Niet schrijven, maar organiseren. Niet interviewen, maar wachten. Niet uitvoeren, maar meebewegen. En toch is het geen verloren week.
Aan het eind van deze week staan er nieuwe interviewafspraken. Is er meer voorbereid dan gepland. Ligt er werk klaar dat volgende week meteen door kan.
Dit is ook waarom ik ruimte nodig heb in mijn planning. Niet alles loopt zoals bedacht. Mensen hebben volle agenda’s. Prioriteiten verschuiven. Dingen lopen uit.
Als die ruimte er niet is, wordt dit soort weken stressvol. Nu blijft het vooral schakelen.
Werk je met een journalist, dan is het goed om te weten dat dit erbij hoort. Niet omdat mensen onbetrouwbaar zijn, maar omdat de werkelijkheid zich zelden aan een agenda houdt.
Soms is mijn werk vooral: zorgen dat alles blijft bewegen, ook als het even stilstaat.
Reactie plaatsen
Reacties