Vorige week vertelde iemand me hoe zij te werk gaat: als ze iets niet snapt, gaat ze er les in geven. Ik reageerde meteen dat ik dat doe door er iemand over te interviewen.
Zo gaat het bij mij met bijna elk onderwerp. Aan geneeskunde begon ik ooit met een Pippi Langkous-moment: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan. Inmiddels schrijf ik er hele artikelen over. Datzelfde gebeurde met AI. Hoe die chatbots werkten begreep ik niet, en wat je er in mijn vak aan zou kunnen hebben ook niet. Het woord prompts klonk als Chinees.
Ik ging zoeken op LinkedIn en vond iemand die zichzelf promptoloog noemde. Die heb ik geïnterviewd. In dat ene gesprek leerde ik er meer over dan van alle cursussen over het gebruik van AI bij elkaar.
Dat komt doordat ik in een interview niet hoef te doen alsof ik het snap. Ik mag vragen wat een prompt nou eigenlijk is. Ik mag zeggen dat ik het antwoord niet begreep en of het nog een keer kan, anders. In een cursus zit je met twintig anderen en steek je je hand niet op als je bij stap één al bent afgehaakt.
Bovendien praat ik met iemand die het elke dag doet. Die weet waar het misgaat, wat niet werkt en welke verwachtingen onzin zijn. Dat staat in geen enkele handleiding.
Dat ik ergens nog niets van weet, is geen probleem. Het is mijn positie. Ik schrijf meestal voor mensen die er net zo weinig van begrijpen als ik aan het begin. Alles wat ik moet vragen om het te snappen, moet ook in het artikel worden uitgelegd.
Veel tijd kost het niet. Een zoekopdracht op LinkedIn, een berichtje, een uur praten. Bijna iedereen wil zijn vak uitleggen aan iemand die oprecht wil snappen hoe het zit.
Zo leer ik al vijfentwintig jaar. Ik interesseer me voor van alles, ik zoek iemand op die het begrijpt, en ik vraag door tot ik het snap. Daarna kan ik erover schrijven.